"Photographers in the Netherlands 1852-2002", by Wim van Sinderen, GEM The Haque Review in Dutch by photography critic Flos Wilschut. 

Philip Provily richt zich na zijn afstuderen in 1994 aan de Rietveld Akademie in Amsterdam op het maken van autonoom werk en fotografeert daarnaast regelmatig in opdracht. Maar of hij nu illustraties maakt voor NRC Handelsblad of een jaarverslag van het Prins Bernhard Cultuurfonds of werkt aan een serie autonome foto’s, Provily hanteert telkens een eigen en vooral eigenzinnige stijl die verwantschap vertoont met het werk van de Belgische surrealist Renée Magritte. Net als hij, trekt ook Provily de werkelijkheid voortdurend in twijfel.
Centraal in het werk van Provily staan de begrippen ‘kijken en ‘vervreemding’. Zijn beelden zijn moeilijk te duiden en zijn niet wat ze in eerste instantie lijken te zijn. Zorgvuldig regisseert hij de blik door in zijn strenge composities af te leiden van de kern en de nadruk te verleggen van een gezicht naar een detail, zoals een hand; een hand die een bekertje vasthoudt, een hand waarop mysterieus licht valt, een hand die wijst naar iets dat zich buiten het beeld afspeelt. Soms worden die handen zelfstandige objecten die zich, los van het lichaam, in het middelpunt van de compositie bevinden. Hoewel hij in eerst instantie anders suggereert, maakt Provily op deze wijze de kijker allesbehalve deelgenoot van de situatie.
De vrouw die in de spiegel kijkt, blijkt bij nadere beschouwing haar mond niet te vleien tegen haar evenbeeld, maar tegen de wang van haar tweelingzus. Eén oog kijkt ons spiedend aan, terwijl we over het gelaat van beide vrouwen in het ongewisse blijven. Maar zelfs als ze zichtbaar en zelfverzekerd in de camera kijken, lopen pogingen om de door Provily geportretteerde mensen te doorgronden, onherroepelijk spaak. 
De achtergrond waartegen hij hen fotografeert is steevast neutraal; een witte achterwand, een sober houten tafelblad, een raam met daarin de vage contouren van een boom - veel meer aanknopingspunten biedt hij niet. Met hun priemende blikken houden Provily’s zitters de kijker op afstand. Soms lijkt het alsof er een spel gespeeld wordt: wie kan de ander het langst in de ogen kijken?